Moldavië: dooft de laatste het licht?

Moldavië. Wielerliefhebbers denken ongetwijfeld aan Andrei Tchmil, de voormalige onderdaan uit de voormalige Sovjet-republiek. Geen verrassing dat hij zijn land verliet want topsport bedrijven is hier quasi onmogelijk, laat staan overleven. Zelden werden we geconfronteerd met zoveel grauwheid, verbittering en miserie als in dit nochtans vruchtbare lapje grond tussen Roemenië en de Oekraïne. Dit straatarme land, dat bol staat van de corruptie, is doodziek; kinderen en jonge meisjes vallen er ten prooi aan genadeloze mensenhandelaars die mooie sier verkopen met dure auto’s en mooie pakken. Op zondag 6 maart vinden er parlementsverkiezingen plaats in Moldavië maar de hoop en het geloof dat er iets zal veranderen, is zo goed als onbestaande bij de bevolking.

De vergeetput van Oost-Europa. Het kerkhof van de ex-Sovjet-Unie. Een niemandsland… Het zijn maar enkele van de omschrijvingen die ons door het hoofd spoken tijdens ons verblijf in dit land dat ongeveer even groot is als België. Maar daar houdt dan ook elke vergelijking op want Moldavië is straatarm. Reeds tijdens onze tocht van de luchthaven naar het centrum van hoofdstad Chisinau, kijken we de vergane glorie van het Sovjet-tijdperk angstaanjagend recht in de ogen. Appartementsgebouwen als afgebladderde lego-blokken schuiven aan ons blikveld voorbij. De mensen op straat zien er al even mistroostig uit in hun grauwgekleurde kleren, diep weggestoken onder hun dikke pelsen mutsen. We ontmoeten er enkel uitdrukkingsloze gezichten; lachen staat hier duidelijk hoog op de verbodslijst. Er is dan ook weinig reden tot plezier; zelfs de hemel – als die hier al bestaat – oogt midden januari even grijs als de rest.

Zestig procent migratie

Moldavië is één van de armste landen in Europa waar niet minder dan 60% van de bevolking onder de armoedegrens leeft en één op de vier geen job heeft. De gemiddelde Moldaviër verdient een schamele 100 dollar per maand. Van de 4,3 miljoen inwoners die het land telt, verlieten er tussen de 600.000 en 1 miljoen – naar het juiste aantal is het gissen – Moldavië om elders hun tijdelijk of definitief heil te zoeken. In sommige dorpen trok 60% van de bevolking weg. Degenen die niet meer de kracht of de ondernemingszin hebben om hetzelfde te doen, blijven achter in een land dat steeds verder in het moeras wegzinkt. Chisinau blinkt vooral uit door zijn metersbrede en kilometerslange boulevard die duidelijk uit een periode stamt waarin de militaire marsen en 1 mei-vieringen hoog op de agenda stonden. In het straatbeeld zien we nog relatief veel Lada’s en Wolga’s alhoewel ook BMW en Mercedes intussen hun intrede maakten. Jawel, een minderheid in Moldavië verdient duidelijk wél veel poen. Maar de kloof tussen arm en rijk wordt – net als in de andere voormalige Sovjet-republieken – steeds groter.

Wanneer we op de dagelijkse markt arriveren, treffen we een wriemelende mensenmassa die zich doorheen de smalle doorgangen tussen de honderden kraampjes wringt in de hoop er een koopje te doen. Voor onze portemonnee is het hier spotgoedkoop, maar het karige Moldavische maandloon verplicht de marktbezoekers tot een constant spel van afbieden. Even later passeren we het centrale station vanwaaruit bussen naar alle delen van het land vertrekken. Opnieuw honderden nietszeggende, lege blikken turend naar de horizon van een betere toekomst.

Back to the USSR

Dit vergeten stukje land – dat volgens ingewijden erg vruchtbaar is – oogt allesbehalve sexy voor investeerders. En daar zijn opnieuw de kinderen en jongeren het grootste slachtoffer van. Niet minder dan 90%(!) van hen geeft aan het land liever te verlaten bij gebrek aan enig toekomstperspectief. Vaak worden kinderen achtergelaten door hun ouders, die in het buitenland geld proberen te verdienen. “Het ‘ouderlijk gezag’ is hier veel minder sterk aanwezig dan bij jullie in het westen. Nog een gevolg van de voormalige USSR-cultuur”, verklaart onze gids, Unicef-medewerkster Angelina Zaporojan-Pirgari die als assistant project officer van Unicef gespecialiseerd is in kinderhandel. “Het resultaat is dat de kinderen achterblijven bij de grootouders die meestal totaal geen gezag over de jongeren hebben. Anderen hebben helemaal geen familie meer in de buurt en worden vaak in zogenaamde ‘instituten’ opgenomen waar ze meestal in erg slechte omstandigheden verblijven. In totaal huizen er zo’n 14.000 Moldavische kinderen in dergelijke vaak slecht onderhouden gebouwen.”

De meesten onder hen maken hun middelbare school om begrijpelijke redenen niet af waardoor hun tewerkstellingskansen erg beperkt zijn. “Een ideale voedingsbodem voor malafide mensen- en vrouwenhandelaars die de jongeren met grote beloften naar het buitenland lokken. Vooral in de tweede helft van de jaren negentig nam de mensenhandel in Moldavië gevoelig toe; enerzijds omdat de vraag naar goedkope arbeidskrachten in andere landen toenam en de toestand voor veel Moldaviërs steeds uitzichtlozer werd. Naar het juiste aantal kinderen en jonge meisjes die hiervan het slachtoffer worden, is het gissen”, verklaart Angelina.

Onwetende straathoertjes

“Van januari 2000 tot juni 2004 werden er in totaal 1.302 officiële slachtoffers van mensenhandel genoteerd bij het IOM (International Organization for Migration). Het gaat hier zowel om meisjes van 13 tot 18 jaar die in de prostitutie worden gedwongen als kinderen – jonger dan 13 – die in de straten vanalles moeten verkopen en gaan bedelen. Let wel, dit zijn de officiële cijfers maar het werkelijke aantal ligt ongetwijfeld veel hoger. Zo’n 50% van alle bedelende straatkinderen in Moskou komt trouwens uit Moldavië. Volgens officieuze bronnen zouden er jaarlijks minstens 5.000 minderjarigen vanuit Moldavië enkel naar Rusland gevoerd worden en er zich onder dwang prostitueren.”

Vooral de kinderen op het platteland vormen blijkbaar een erg kwetsbare groep. “Hun levensstandaard ligt erg laag, de meeste jongeren zijn er zich niet bewust van het gevaar voor mensenhandel, een aantal onder hen is zelfs nog analfabeet. Hun toekomstperspectief is quasi nihil. Bovendien zijn de kinderen, die opgroeien in de ‘instituten’ nog eens extra kwetsbaar omdat ze op 16-jarige leeftijd de instelling moeten verlaten en vaak niet weten waar naartoe. Op dat moment hebben ze geen enkele kans op een job en een familiaal of sociaal netwerk ontbreekt volledig. Eén op de honderd Moldavische kinderen bevindt zich in deze situatie.” Onze tocht naar dat platteland verloopt via erg gehavende wegen. Onderweg zien we hoe een splinternieuwe rode Lada, die volledig met bloemen is versierd, wordt gewijd tegen naderend onheil. Hij zal de Godszegen kunnen gebruiken.

Dat de levenssituatie voor de plattelandsbevolking inderdaad erg ondermaats en uitzichtloos is, ervaren we wanneer we arriveren in het stadje Orhei. Fotograaf Kris maakt onmiddellijk een vergelijking met de Middeleeuwen. Ik heb niet in die tijd geleefd maar vermoed dat de omschrijving vrij treffend is. Straten zijn hier herschapen tot modderpaden, afgezoomd met hier een daar een armtierig huisje dat het zonder sanitair moet stellen. Voor zuiver water zijn de bewoners aangewezen op de waterputten die je op verschillende plaatsen in de stad vindt. We hebben het epicentrum van ‘het totale niets’ bereikt. Voor een jongere mét toekomstdromen – en welke jongere heeft die niet – moet dit de hel zijn. Gelukkig zijn er nog mensen die tegen de stroom oproeien zoals burgemeester Ion Vlas en zijn broer Vladimir, die hier als één van de eersten in Moldavië een Youth Friendly Centre uit de grond stampten. “In dit huis kunnen de jongeren van dit dorp na schooltijd terecht om zich te amuseren of te studeren. We hebben een aantal computers voor hen ter beschikking. Zowat elke jongere uit deze stad komt hier regelmatig over de vloer.”

Eén van hen is de 13-jarige Dominique die alleen met zijn werkloze vader in Orhei woont. Zijn moeder werkt in Moskou als interieurontwerpster voor appartementen en stuurt geregeld geld op. “Het is intussen twee maanden geleden dat ik haar nog zag en het duurt nog eens twee maanden voordat ze terug naar huis komt. Het is niet gemakkelijk om hier te leven”, vertelt hij ons. “Gelukkig kan ik elke dag in het jeugdcentrum terecht zodat ik toch nog een beetje plezier kan beleven met de andere kinderen van Orhei. Als we hem vragen wat hij later wil worden, antwoordt hij spontaan: “Pianist. Het probleem is echter dat de piano op school, waarop ik leerde spelen, nu stuk is. We hebben dus dringend een andere nodig.” Tijdens het gesprek met Dominique komen we ook te weten dat zijn 21-jarige zuster met een Belg getrouwd is en ook in ons land woont. “Ze belt me geregeld en stuurt af en toe geld op. Ik hoop haar zo snel mogelijk eens te kunnen bezoeken”, klinkt het verlangend. Vladimir Vlas, de coördinator van dit jongerencentrum, merkt op dat de kinderen meer opkomen voor hun rechten, sinds ze hier over de vloer komen. “Bovendien zorgen we er op deze manier voor dat ze niet de ganse tijd op straat rondhangen en een gemakkelijke prooi voor mensenhandelaars vormen”, klinkt het oprecht fier. Met een gevoel van diep respect nemen we even later afscheid van de twee ‘Robin Hood’s’ van Orhei.

Job als lokaas

De meeste jongeren, die in de handen van mensenhandelaars vallen, worden verleid met aanlokkelijk klinkende jobopportuniteiten. “Velen van hen gaan in op werkadvertenties in het buitenland. Daarnaast bestaan er ook toerismebureaus die een volledige migratieservice aanbieden of huwelijksagentschappen die met buitenlandse partners op de proppen komen. Maar vaak worden de jongeren ook gewoon aangesproken op straat of geronseld in restaurants, bars of discotheken”, aldus Angelina. Dat het aanbod daar inderdaad hoog ligt, merken we. Het is erg opvallend dat er in de meeste restaurants die we bezoeken relatief veel mooie en sexy opgetutte vrouwen verschijnen, al of niet vergezeld door een man. Hun blikken verraden dat ze op zoek zijn naar ‘mannelijk wild’; het liefst van het soort dat over voldoende dollars of euro’s beschikt en – wie weet – hen zelfs een vrijgeleide naar het ‘rijke westen’ kan bezorgen. In een bepaalde bar-restaurant worden ook geregeld meisjes afgehaald; een zogenaamde ‘pick-up bar’. De gemiddelde vraagprijs van de meisjes bedraagt 50 euro per nacht.

Wanneer we de volgende ochtend Angelina opnieuw ontmoeten, vragen we haar of ze een gezicht kan kleven op de gemiddelde mensenhandelaar. “Het zijn overwegend mannen in de leeftijdsgroep 20 tot 30 jaar, maar er bevinden zich even goed vrouwen tot zelfs hele families tussen de handelaars. In een aantal gevallen zijn het leden van internationaal georganiseerde, criminele bendes maar ook pooiers, ordinaire oplichters en een toenemend aantal vrouwen die vaak zelf voordien het slachtoffer werden van mensenhandel. Tot slot zijn er nog de zakenmensen, politiemannen en zelfs politici die onder één hoedje spelen met de bendes en meesnoepen van de financiële koek die soms erg groot is. Van een bepaald meisje kregen we te horen dat ze op een half jaar tijd 30.000 dollar verdiende voor haar pooier. De meisjes worden ook vaak verkocht; hun prijs varieert van 50 tot vele duizenden dollars, afhankelijk van hun uiterlijk, het land waar ze verkocht worden en hun leeftijd. Een maagd levert bijv. 150 dollar extra op. De meisjes worden over gans Europa verspreid tot in Israël en de Verenigde Arabische Emiraten.”

We vragen haar of ze een zicht heeft op de stroom, richting België. “Exacte cijfers bestaan er natuurlijk niet omdat alles in de illegaliteit gebeurt maar we zijn ervan overtuigd dat er ook in jullie land Moldavische meisjes onder dwang in de prostitutie werken. Bovendien is het vermoeden groot dat België tevens een draaischijf vormt vanwaaruit veel meisjes naar andere West-Europese landen worden getransporteerd vanwege zijn centrale ligging.”

Media-revolutie

Uitgerekend wanneer we onze hoop op een beter Moldavië volledig dreigen te verliezen, worden we uitgenodigd in het Youth Media Center in Chisinau. “In dit centrum, dat in 2002 door 11 studenten werd opgestart, wordt het beste mediatalent uit gans Moldavië verzameld”, vertelt Violeta Cojocaru, assistant communication officer Unicef. “Van hieruit wordt de redactionele coördinatie geregeld van niet minder dan 70 schoolkranten, verspreid over het hele land. Elke school die dergelijke krant in elkaar wil boksen, kan op de logistieke en deskundige steun van het centrum rekenen dat bovendien over een radiostudio beschikt waar 20 jongerenradiostations terecht kunnen.

Wanneer we even later in een grote cirkel zitten met stafmedewerkers Ted, Doina, Aurelia, Vadim, Mihai, Natalia en Leonika worden we voor het eerst tijdens ons verblijf overspoeld door een golf van enthousiasme. “Wij willen de jongeren in Moldavië over zoveel mogelijk onderwerpen informeren zodat ze niet langer onwetend zijn. In de schoolkrant komen zowel plaatselijke onderwerpen als thema’s van nationaal belang, zoals de kinderhandel, aan bod. Want enkel door zich bewust te worden van het probleem, kunnen ze zich beter wapenen tegen de mensenhandelaars. Jongeren die dat willen, en over het nodige talent beschikken, kunnen hier een opleiding tot radiojournalist volgen”, klinkt het gedreven. “Bovendien nemen we deel aan tv-shows en schrijven we regelmatig stukken voor de nationale kranten. Die nationale bladen worden namelijk niet geschreven in de taal van de jongeren; vandaar ook het belang van al deze schoolkranten.” Het naïeve enthousiasme van deze jongeren is ontwapenend; hier wordt zelfs constant gelachen. Een verademing tussen al deze ellende…

Bovendien wordt het werk van deze ‘jonge wolven’ blijkbaar ook door de plaatselijke overheid erg au sérieux genomen; vorig jaar volgde de burgemeester van Chisinau hier zelfs een mediatraining. En n.a.v. de nakende verkiezingen op 6 maart willen de jonge mediagoeroe’s een project lanceren dat ervoor moet zorgen dat zoveel mogelijk jonge mensen naar de stembus trekken. Misschien bestaat er toch nog een sprankeltje hoop voor ‘Moldovan’?

Meer info: www.unicef.be

Wie Unicef – dat verschillende projecten ondersteunt in Moldavië om de kinderen en jongeren kansen op een betere toekomst te schenken – wil steunen in zijn strijd tegen de kinderhandel kan dat via het rekeningnummer: 000-0000055-55 met vermelding ‘kinderhandel’.

  

Ruud Van De Locht